De (on)macht van de witte konijnen.
Deze tekst bevat mijn persoonlijke mening en is geenszins een standpunt van een organisatie of partij waartoe ik behoor.
Zwarte zondag, het gevaar van rechts.
24 november 1991. Zegt die datum u nog iets? Het was een verkiezingsdag die later bekend werd onder de naam "Zwarte Zondag". Het was de doorbraak van het toenmalige Vlaams Blok. Het Vlaams Blok steeg van 2 naar 12 zetels in het Parlement en van 1 naar 5 zetels in de Senaat en werd de grootste partij in het kiesarrondissement Antwerpen met 20,68% van de stemmen.De Volksunie, de toenmalige partij die opkwam voor Vlaanderen, werd tijdens "Zwarte Zondag" voorbij gestoken door het Vlaams Blok. Het was het begin van het definitieve einde van de Volksunie.
Onder leiding van ene Guy Verhofstadt werd de PVV omgevormd naar Open VLD en nam de partij als reactie op het succes van het toenmalige Vlaams Blok een rechtsere en meer Vlaamse houding aan dan in het verleden. Om het Vlaams accent te benadrukken werd de partij verruimd en maakten een aantal Volksunie kopstukken de overstap van de Volksunie naar de verruimde liberale partij. Het legde de partij geen windeieren en ze werd in 1999 de grootste partij van Vlaanderen.
Ook andere partijen volgden en ondernamen een poging om de bevolking te overtuigen dat ook zij opkwamen voor Vlaanderen. De toenmalige Socialistische Partij SP namen ook een aantal kopstukken van de uitstervende Volksunie in hun partij op . Later volgde ook nog de Christelijke Volkspartij CVP die in 1999 een verkiezingsnederlaag opliep. De CVP veranderde haar naam in CD&V en ging in 2004 een alliantie aan met de N-VA, ontstaan uit de restanten van de Volksunie, om haar Vlaamse geaardheid te benadrukken. Het leverde de partij in 2004 een grote overwinning op.
Alle traditionele partijen hebben gedurende die periode gezocht naar verruiming voor stemmengewin. Mensen van buiten de partij traden toe tot de top van een partij en staken qua belang menig trouw lid van de partij voorbij, zij namen deel aan het bestuur en kregen in ruil veelal een gunstige plaats op de verkiezingslijst.
De eerste "witte konijnen" van de recente politieke geschiedenis waren geboren, weze het dat deze "witte konijnen" al wel wat politieke ervaring hadden.
Het gevaar van links.
Door opname van de leden van de verbrokkelende Volksunie poogden de traditionele partijen aan de Vlaming de boodschap over te brengen dat ook zij pro Vlaanderen waren, zij het dan niet voor een onafhankelijk Vlaanderen, in de hoop de opgang van het Vlaams Blok te stoppen. Later zou blijken dat het echter de opkomst van de N-VA was die het Vlaams Blok, ondertussen herdoopt in Vlaams Belang, bijna van de kaart veegde. De oorlog tegen de "extreme" rechterflank leek op dat moment gewonnen.
Maar het gevaar dreigde niet alleen van de rechterflank. Een groot deel van het succes van de ondertussen als niet-democratische partij benoemde politieke strekking was ook te danken aan het verzet tegen de immigratie, het "Eigen volk eerst" principe. De reactie hierop kwam vooral van linkse hoek en men ging in tegen het beeld dat het Vlaams Blok opwierp, het mislukken van de immigratie, door meer betrokkenheid te tonen in allerlei sociale en culturele verenigingen. Op die manier poogde men te illustreren dat inburgering wel succesvol kon verlopen.
Hierdoor dienden ook andere partijen hun sociale en culturele kant te benadrukken. Veelal werd heil gezocht in het aanwerven van BV's voor de partij. We noemen er maar een aantal op. Koen Crucke, Jan Decorte, Margriet Hermans, Luckas Vander Taelen, de ene al meer succesvol dan de andere. Maar evenzo werd er gezocht naar valabele kandidaten met een migratie achtergrond.
De sociale en culturele problemen in verband met immigratie namen echter alleen maar toe met de tijd, evenals de media-aandacht met betrekking tot deze problematiek. Daar waar het politieke partijen enigszins gelukt is hun Vlaamse identiteit te benadrukken gaat dit echter met betrekking tot de sociale en culturele identiteit veel moeilijker.
De zoektocht naar positieve beelden van inburgering.
In haar constante zoektocht naar oplossingen of middelen die haar betrokkenheid tonen inzake de inburgeringsproblematiek wordt het verlenen van sociale en culturele subsidies voor de politieke wereld een middel om een positief beeld van inburgering te tonen aan de buitenwereld.
Het ondersteunen van allerlei initiatieven was het gevolg. Hierop kritiek uiten was onmogelijk tenzij men het gevaar erbij nam als ondemocratisch of racist te worden bestempeld door de politieke wereld en media. De zoektocht naar louter positieve berichten was begonnen en werd het gemakkelijkst gevonden in de omgeving van allerlei projecten en organisaties die zich met inburgering bezig hielden. Het uitdelen van subsidies werd het hulpmiddel bij uitstek.
De controle op naleving van de voorwaarden van de toegekende subsidie is dan ook van weinig waarde. De politieke meerwaarde ligt in de toekenning van de subsidie niet in de weigering of intrekking daarvan. Het invullen van een verslag met wat bewijsstukken door de gesubsidieerde organisatie is veelal voldoende. De vraag naar verantwoording van de uitgave wordt een uitzondering en leidt immers naar ofwel de vaststelling dat alle voorwaarden zijn nageleefd en er geen gevolg is, of leidt naar een besluit dat subsidies moeten worden teruggevorderd met negatieve media aandacht tot gevolg. De controle levert in die gedachtewereld dus nooit een positieve bijdrage op aan de politiek.
Dit staat in fel contrast tegenover andere subsidies zoals de recente coronasubsidies toegekend aan ondernemingen. Binnen het jaar heeft men middels controle al vastgesteld dat vele ondernemingen deze onterecht hebben aangevraagd en zullen deze worden teruggevorderd. Een wereld van verschil.
De zoektocht naar sociale en culturele witte konijnen.
Mensen met een migratie achtergrond die zich succesvol inzetten voor de kansarmen en de inburgering zijn voor de politieke wereld een geschenk uit de hemel. Iemand zoals Sihame El Kaouakibi, laat het ons toch maar eens over haar hebben, is de top van de mensen die dit belichamen.
In 2009 richtte deze dame Let's Go Urban op. Eender hoe dit allemaal nu in het nieuws komt, het is een fantastisch project om kansarme kinderen en kinderen met migratie achtergrond van de straat te halen. Deze dame had dan ook nog eens de kwaliteit om dit allemaal op een juiste manier in de media aandacht te brengen. Het succes groeide zienderogen.
Ook het politieke landschap had dit snel begrepen, en niet alleen Open Vld. Ook vele andere partijen stonden graag naast mevrouw Kaouakibi op de foto. Een samenwerking tussen haar organisaties en politiek kon niet anders dan een geslaagd huwelijk worden, de kans voor menig politieke partij om te tonen dat zij wel degelijk een sociaal en cultureel engagement hebben, de kans om te tonen dat inburgering wel kan lukken, de kans voor haar om haar project succesvol te vervolmaken.
Het is in deze context dat men de toekenning van subsidies moet beoordelen. Daar vele andere organisaties het niet altijd makkelijk hadden om subsidies te verkrijgen was het voor haar organisatie een vanzelfsprekendheid. Het is zelfs niet onmogelijk dat zijzelf geen intentie had om voor het ene of andere project een subsidie aan te vragen maar dat haar vanuit politieke hoek projectvoorstellen werden gedaan. Denk maar aan Brussel. En misschien werden haar wel bedragen voorgesteld die hoger lagen dat wat zij zelf wou aanvragen voor een bepaald project, of werd haar op voorhand al een project met bijhorende subsidiemiddelen mondeling toegezegd. Zo in de aard van "Mevrouw Kaouakibi, wij hebben een leegstand pand dat moet gerenoveerd worden en waar we geen bestemming voor hebben. Misschien kan u daar iets doen voor de kansarme jongeren. Wij kunnen u wel voorzien van de nodige financiële middelen".
In die context moet de gesubsidieerde organisatie zich niet al teveel ongerust maken over mogelijke controles. Men moet zich enkel zorgen maken over hoe men al het toegekende geld besteed daar anders een deel zou moeten worden terugbetaald en geen enkele partij, regering of bestuur wil die negatieve media-aandacht. En bij gebrek aan controle loopt het al eens mis, grenzen vervagen en de politieke wereld laat begaan.
Tot op een gegeven moment ........
Op een gegeven moment loopt het dan mis. In het geval van mevrouw Kaouakibi komen de aanklachten van de leden van de gesubsidieerde organisatie zelf en de politieke wereld trekt zijn handen terug. Als iemand zich afvraagt waarom zo weinig politieke partijen zich mengen in de discussie aangaande mevrouw Kaouakibi ligt hier wel de verklaring. Zowat elke "democratische" partij zit wel ergens in een bestuur, zijnde federaal, gewestelijk, provinciaal of stad, welke haar volop financieel ondersteund heeft. En dan nu, nadat de problemen publiekelijk zijn geworden, kritisch uit de hoek komen zou enkel de eigen partij blootstellen aan terechtwijzingen van de andere partijen of kritische vragen vanuit de media.
Stilte is geboden !
Ook op milieu vlak zijn (of waren) witte konijnen op komst.
Eén naam als voorbeeld: Anuna De Wever.
In 2019 riep deze minderjarige tiener op om te spijbelen op school en actie te voeren tegen het gebrek aan een juist milieubeleid. Op de ene of andere uitzondering na durfde geen enkele regering of politieker opkomen tegen het onterecht spijbelen. Het werd zienderogen toegestaan, angstig als men was om in de media afgeschilderd te worden als een "non-milieu-believer".
Er zullen best al wel wat politieke partijen zijn die hebben overwogen om haar volgende verkiezingen op hun verkiezingslijst op te nemen. Dat dit dan gepaard zou kunnen gaan met de oprichting van de ene of andere organisatie waaraan subsidies kunnen worden toegekend zou wel eens dicht bij de waarheid kunnen liggen.
Dat politiek hiervoor gevoelig is blijkt al uit de uitnodiging van Anuna De Wever door De Groenen/Vrije Europese Alliantie om bij hun Europese afdeling stage te komen lopen in het Europees Parlement. Zo werd zij ook al uitgenodigd door menig politiek leider en werd haar wereld-voorbeeld, Greta Thunberg, zelfs uitgenodigd om een speech te geven op o.a. de VN-klimaattop te New York.
Het is dus geen louter Belgisch politiek probleem. Ook op EU-niveau en zelfs op wereldniveau zoekt politiek naar witte konijnen om aan de bevolking te tonen dat zij een bepaald probleem serieus nemen, zelfs als men daarvoor minderjarigen moet gebruiken.
Het "witte konijn" probleem zit diep geworteld en bestaat al langer.
Wat nationaal is gebeurd doet zich al lang voor op lokaal gebied. Het is bij vele partijen, zo niet alle, de gewoonte om bij gemeenteraadsverkiezingen op zoek te gaan naar het witte konijn buiten de partij. De reden daarvoor lijkt dezelfde te zijn als op hoger niveau. Winst in het stemhokje.
Ook op lokaal niveau zien vele partijleden en bestuursleden met lede ogen aan hoe "onbekenden" hun plaats innemen op de verkiezingslijst. Het talent binnen de eigen partij zoeken, onderkennen en ondersteunen gebeurd al te weinig. Het geloof in het stemgewin van een wit konijn overheerst.
Mensen die louter voor verkiezingsdoeleinden worden aangetrokken en een aantrekkelijke plaats worden beloofd op de kieslijst hebben voor de lokale partij het voordeel dat zij zich meestal niet mengen in het debat over het bestuur van de partij, laat staan over het verkiezingsprogramma. De witte konijnen die verkozen geraken blijven dan wel lid van het bestuur van een lokale afdeling maar blijven veelal afwezig of stil in elk debat over het bestuur van de afdeling en leveren trouw steun aan diegene die hen de kans hebben geboden deel te kunnen nemen aan de verkiezing.
Het heeft tot gevolg dat vernieuwing wordt tegengewerkt en het beleid van het verleden al te dikwijls vastgeroest wordt verdergezet. Jonge mensen die gemotiveerd in de politiek stappen verlaten een aantal jaren later teleurgesteld de politieke wereld. Kansloos om iets te bereiken.
Men kan dan betreuren dat jongeren nog weinig zin hebben om zich aan te sluiten bij een politieke partij, laat staan zich kandidaat te stellen voor het bestuur, maar ook daar moet een partij de reden bij zichzelf zoeken. De kans op enig perspectief voor een jongere is klein, zeer klein.
De ultieme stap: De verkozenen bewust negeren.
Sinds de laatste federale verkiezingen is men de grens nog verder gaan leggen. Het lijkt compleet normaal te zijn geworden dat mensen zelfs minister worden zonder maar ergens op een verkiezingslijst te hebben gestaan. Huidige ministers zoals Frank Vanden Broucke en Annelies Verlinden stonden niet eens op een kieslijst.
Wat beeld geeft dit aan jongeren die politiek geëngageerd zijn? Waarom zou een jongere nog een stap zetten in de politieke wereld? Als je met veel moeite toch de politieke ladder bent opgeklommen en voldoende stemmen haalt is er nog altijd de dreiging dat "een onbekend wit konijn" plots hoger in de ranking eindigt.
Het moet anders.
Het besef dat het anders moet, dat lokale afdelingen meer bij de nationale partijtop moeten betrokken worden, moet stilaan gaan doordringen in de politieke wereld. Het besef van lokale politieke afdelingen dat men de eigen geëngageerde leden moet begeleiden en bijstaan, en in hen moet geloven, is evenzeer een dringende noodzaak.
Als men een partij wil verjongen en moderniseren moet men aan de basis beginnen. Nationale afdelingen moeten lokale afdelingen opvolgen en bijstaan bij het inzetten van de vernieuwing, bijstaan bij hun zoektocht naar talenten, talenten van eigen bodem die achter het partij-ideaal staan.
Vraag is of de recente gebeurtenissen partijen hiertoe zullen aanzetten. Hopelijk is hun huidig stilzwijgen met betrekking tot "het geval Kaouakibi" geen geloof in het stilletjes verdwijnen van het probleem.
Waar men blind probeert voor te zijn zal niet verdwijnen maar terugkeren eens men zijn ogen terug opent. De (on)macht van de witte konijnen heeft veel gevolgen.

Reacties
Een reactie posten